Een eigen wapen kun je helemaal naar eigen voorkeur afstellen en bovendien mag je er zelf mee naar wedstrijden elders reizen. Het verkrijgen van een wapenverlof is wel aan strenge regels gebonden.
Allereerst moet je minimaal een jaar volledig lid zijn van de vereniging en voldoende schietbeurten hebben gemaakt. Het bestuur moet beoordelen of je veilig kunt omgaan met het betreffende wapen en of je deze nodig hebt voor de discipline waar je in schiet.
Korpscheftaken van de Politie bekijkt vervolgens of er geen vrees voor misbruik bestaat. Daarbij ligt de lat een stuk hoger dan voor het verkrijgen van een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG)
In het eerste verlofjaar mag maximaal één kleinkaliber handvuurwapen op het verlof staan, danwel een kleinkaliber geweer, mits dat niet semi-automatisch is.
Wie twee jaar volwaardig lid is van de vereniging mag maximaal vijf wapens op het verlof hebben staan en dat mag dan ook grootkaliber zijn, met uitzondering van semi-automatische geweren. Laatstgenoemde categorie mag pas in het derde verlofjaar worden aangeschaft.
Bij de jaarlijkse verlenging moet je kunnen aantonen dat je actief de schietsport beoefent.
Zodra je gedrag binnen of buiten de vereniging aanleiding geeft tot 'vrees voor misbruik', wordt her verlof ingetrokken en moet je de wapen(s) meteen inleveren. Bij weigering of intrekking van het verlof wordt het lidmaatschap van de vereniging ook beëindigt, behoudens de uitkomst van een eventuele beroepsprocedure.
Als je niet voldoende schietbeurten maakt of niet actief deelneemt aan een competitie, wordt het verlof ook ingetrokken. Ons bestuur hanteert deze regels zeer strikt.
Mensen (ook van buiten de vereniging) die zich zorgen maken over een van onze leden kunnen contact opnemen met het Meldpunt van de KNSA.